Ontstaan van de r.k. begraafplaats sint Jozef Den Helder.
Op 1 november 1917 komt de dan 39-jarige pastoor Paulus Johannes van Beuzekom in de OLVOO kerk. Met zijn komst, komt ook een kerkhof voor de rooms-katholieken in Den Helder in zicht. Van Beuzekom gaat op zoek naar een geschikte locatie voor een katholiek kerkhof. Met de heren R.N. van Os, timmerman en aannemer en R.Th. Luijckx, ondernemer, gaat pastoor Van Beuzekom op pad.
Na enig speurwerk concludeert men dat de beste plek voor het beoogde kerkhof aan de Strooweg (met het raadsbesluit van 1 maart 1938 omgedoopt in Jan Verfailleweg), nabij de algemene begraafplaats is. Het is de wens van de vicaris generaal dat het aan te leggen kerkhof door beide kerkbesturen wordt beheerd. De grond is eigendom van het ministerie van Oorlog en na enige strubbelingen wordt de grond verworven. De grond, 1,21 hectare, wordt op 17 februari 1921 voor 200 gulden in eigendom overgedragen. Kort hierna geeft B&W van Den Helder toestemming om op deze locatie een kerkhof aan te leggen en kunnen de werkzaamheden aanvangen. Zo moet het terrein onder andere worden opgehoogd met zand en wordt er een gedeelte betegeld. Er werd een priestergraf gebouwd en de directiekeet van aannemer Van Os dient voorlopig als kapel.
Uitbreiding van het kerkhof
Na ingebruikname van het kerkhof op 31 augustus 1922, ontstaat al snel de gedachte dat het kerkhof binnen afzienbare tijd te klein zal zijn. In 1926 wordt er een strook grond voor de uitbreiding van het kerkhof aangekocht van het ministerie van Oorlog. De strook grond ligt aan de zuidzijde, is 100 bij 25 meter, kostte 100 gulden en ligt in het verlengde van de algemene begraafplaats.
Deze strook grond blijft lange tijd ongebruikt. Wanneer de Duitsers in mei 1940 Nederland bezetten, komt hierin verandering. Aanvankelijk gebruiken de Duitsers in 1940 de op de algemene begraafplaats aangelegde erebegraafplaats voor hun doden maar in 1941 wordt dit stuk grond (veld S), ook als erebegraafplaats ingericht. Vanaf 24 oktober 1941 worden hier omgekomen geallieerden militairen begraven. De buitenzijde van het kerkhofkapel schilderen de Duitsers groen. Vanaf 1942 worden hier ook Duitse militairen begraven. In de volksmond heet dat deel van de begraafplaats dan Duits kerkhof.
Na de oorlog, in de periode 1946-1949, worden de stoffelijke overschotten van de ruim 500 militairen overgebracht naar andere erevelden en herbegraven. Zo gaan de Amerikanen naar Margraten in Limburg, de Britten en de militairen van het Britse gemenebest naar Bergen op Zoom in Noord Brabant, de Fransen gaan naar Kapelle in Zeeland en de Duitsers gaan naar Ysselsteyn in Limburg. De kerkhofkapel wordt weer wit geschilderd. In 1971 wordt deze grond toegevoegd aan de RK begraafplaats. In de loop van de tijd ontstaat er toch weer ruimtegebrek en in 1993 wordt de begraafplaats uitgebreid met afdeling L. In 2010 volgt een uitbreiding met afdeling J. De begraafplaats heeft dan een oppervlakte van circa 4.400 m².
Het beheer van de begraafplaats
Op 27 november 1935 koopt het bestuur van het kerkhof de woning aan de Strooweg van de erven van de grafdelver van de algemene begraafplaats, Rens Zwaan. De grafdelver van het katholieke kerkhof wordt de nieuwe bewoner. De eerst bekende grafdelver van het katholieke kerkhof is Henk Veldman. Later wordt deze taak overgenomen door de heren Stromer en Ursem. In april 1951 neemt Marinus Raaijmakers, de vader van de huidige beheerder Jan Raaijmakers deze taak over. Wanneer Marinus Raaijmakers op 11 mei 1957 plotseling overlijdt, neemt zijn vrouw het beheer van het kerkhof op zich, geholpen door haar 14-jarige zoon Jan. Vanaf dat moment tot de dag van vandaag is Jan beheerder van de begraafplaats. In 2022, het jaar van het 100-jarig bestaan van de begraafplaats, is hij dus 65 jaar beheerder. In april van dit jaar is jan hiervoor gedecoreerd met een lintje.
Ruimen van graven
Indien nabestaanden of belanghebbenden de huur van een graf niet wensen te verlengen, wordt het graf geruimd. Ruimen van een graf houdt in dat de stoffelijke resten in een diepere laag worden herbegraven. Tevens wordt het monument verwijderd.
100 jaar Sint Jozef begraafplaats 1922 – 2022
In 100 jaar is er wel het een en ander veranderd ten aanzien van de regels. Aanvankelijk gelden er strikte regels. Wanneer er een rooms-katholiek persoon overlijdt, wordt aan de pastoor gevraagd of het stoffelijk overschot mag worden begraven op het kerkhof. Dat mag in de meeste gevallen, mits de overledene gedurende zijn leven van onbesproken gedrag is geweest.
Voor het plaatsen van een grafmonument dient eerst een tekening te worden overlegd aan het bestuur en na goedkeuring mag worden geplaatst. De benaming doodgraver wordt aan het einde van de jaren ’20 van de vorige eeuw een grafdelver. Tevens wordt met het raadsbesluit van 1 maart 1938 het adres aan de Strooweg omgedoopt tot Jan Verfailleweg. In 1946 wordt met de invoering van de nieuwe spelling de Sint Joseph veranderd in Sint Jozef. In 1952 wordt de juridische status van het kerkhof omgezet naar een begraafplaats. Tegenwoordig is het ook mogelijk dat niet rooms-katholieken personen op de begraafplaats ter aarde besteld. Regels zijn er nog altijd maar minder streng dan 100 jaar geleden.
Achter de kapel bevinden zich nog een aantal oude graven waarvan sommige monumenten ouder zijn dan de begraafplaats. Zo zijn er na het ontstaan van de begraafplaats meerdere graven van de algemene begraafplaats verplaatst naar de katholieke begraafplaats. Ook bevinden zich achter de kapel de grafmonumenten van een aantal beter gesitueerden uit Den Helder.